Jos Maes, de eerste oorlogsbaby van het St. Jans Gasthuis

Geboren op 10 mei 1940

Jos Maes | Foto: Smile Fotografie

WEERT – In de vroege ochtend van 10 mei 1940, als de Duitsers Weert binnenvallen, spoedt Mia Maes zich met hevige weeën naar het St. Jans Gasthuis. Manlief Wullem zit in militaire dienst en dus staat de hoogzwangere Weertse, dochter van Frans Verstraeten van het gelijknamige hotel aan de Maaspoort, er alleen voor.

Terwijl het geronk van gevechtsvliegtuigen de ramen laat trillen en in het ziekenhuis de stroom uitvalt, komt rond het middaguur zoon Jos ter wereld. Moeder en kind maken het goed, maar worden direct geëvacueerd. In een vrachtauto richting Eindhoven, zo is het plan, maar omdat beide bruggen in Weert die ochtend zijn opgeblazen, gaat dat niet meer. Vanwege de aanwezigheid van het kanaal en de kazematten ligt Weert in de gevarenzone. De vluchtroute moet wordt aangepast, zo weet Jos uit de overlevering. “Nadat we in een klein schuitje over de Zuid-Willemsvaart zijn gezet, vinden we onderdak bij een boer. Daar krijg ik mijn eerste voeding: verse melk van de koe. Mijn moeder is uitgeteld. Maar omdat ze bang is dat ik het niet ga redden, vervolgen we onze reis. Met paard en wagen gaan we naar de Heilig Hartkerk in Altweerterheide. Hier word ik door de pastoor gedoopt en lig ik enkele dagen als een kindje Jezus op een bedje van stro. Tot het weer veilig is om naar huis terug te keren.”

Jos Maes – de tweede generatie van het Weerter drukkersgeslacht – is niet het enige patiëntje dat in die eerste oorlogsdagen wordt geëvacueerd. Een aantal kinderen wordt in Budel, Valkenswaard en Aalst in veiligheid gebracht. ‘Andere zieken worden in een deken gewikkeld totdat ze aan de beurt zijn voor vervoer naar de school in Tungelroy’, zo meldt de kroniek van de Congregatie ‘Zusters van Liefde van Onze Lieve Vrouw, Moeder van barmhartigheid’. De evacuatie van patiënten leidt tot emotionele taferelen. ‘Een zieke en een zuster kregen het beiden te kwaad en werden uit voorzorg bediend,’ zo meldt de kroniek.

Bevrijding
In die dagen werken er zo’n twintig Zusters van Liefde en twaalf verpleegkundigen in het St. Jans Gasthuis aan de Boerhaavestraat. Het is de tijd dat de meeste oudere patiënten nog inwonen in het ziekenhuis. Op dringend advies van deken Souren zoeken zij hun toevlucht tot de kelder waar ze ook de Heilige Communie ontvangen. ‘Alleen de oudste kostdame, de moeder van de rector, bleef met haar zoon op de kamer. Het betekende haar dood, want precies op haar kamer ontplofte een projectiel. De rector, die slechts lichte verwondingen opliep, kon zijn moeder nog net het Heilig Oliesel toedienen. Tot overmaat van ramp kwam de kelder onder water te staan omdat boven, waar de inslag had plaatsgevonden, de radiator was vernield.’
Ongeveer een week later, na de capitulatie van Nederland, wordt het dagelijks leven in het ziekenhuis weer hervat en kunnen de patiënten terug naar de zalen. Over de oorlogsjaren in het St. Jans Gasthuis is verder weinig bekend. Hoewel er gevreesd werd voor een heus bombardement viel de schade uiteindelijk mee. De Duitsers legden telefoon- en radioverbindingen aan en eisten een twintigtal slaapplaatsen op. Hoewel er in 1940 al een begin was gemaakt met de bouw van poliklinieken en een klasse- en kinderafdeling, gaf de oorlog een flinke terugslag op de plannen, zo vermeldt de kroniek. De geschiedschrijving begint weer bij 22 september 1944. De bevrijding van Weert. ‘Het was net of de hel met al z’n gruwelen op ons Weert was neergedaald, zo dreunden en daverden de kanonnen ons tegen. Om drie uur, half vier ’s nachts begon het geschut opnieuw; van twee kanten vuurde men op ons los. Om vijf uur vielen kogels en granaten achter in de tuin en stond het hele huis te schudden. Enkele kogels en granaatsplinters vlogen in het achterhuis naar binnen en verbrijzelden daar de ramen. Eén granaatscherf viel op het bed van een inwonende, een door het ledikant van een knecht, zonder persoonlijke ongelukken te maken. Toen kwam het bericht dat de Engelsen waren aangekomen. Ze werden op de schouders van de paters van de Biest en andere mannen de stad binnengedragen.”

Stille getuige
Jos Maes was te klein om de oorlog bewust mee te maken. De vandaag geworden 80-jarige Weertenaar herinnert zich nog flarden van ’twee oorverdovende knallen’ en ‘een lange stoet van toeterende legervoertuigen op de Biest’. Oude prenten en verhalen van zijn moeder maakten het plaatje naderhand compleet. Nu, 79 jaar later, ligt voor hem het trouwboekje van zijn ouders als stil bewijs. Josephus Johannes Maes. Geboren op 10 mei
1940. De eerste oorlogsbaby van het St. Jans Gasthuis.

Dit verhaal verscheen in het jubileumboek ‘Drie nonnen, twee weldoeners en een liefdeshuis. 150 jaar trotse geschiedenis’ van het SJG. Uitgeven in 2019.
Tekst Bas Poell | Foto: Smile Fotografie