Stikstofproblematiek bedreigt de heidevelden

Heidevelden urnenveld Weerterbergen

WEERT | CRANENDONCK | NEDERWEERT – Volgens het WNF gaat het met name slecht in de open natuurgebieden, zoals heide. Daar zou de omvang van dierenpopulaties sinds 1990 gekelderd zijn met bijna 70 procent.

Als boosdoener wijst de dierenorganisatie onder andere stikstof aan: veel plant- en diersoorten zouden slecht bestand zijn tegen de grote concentraties stikstof, die volgens het WNF voornamelijk afkomstig zijn uit de veehouderij.

Heidevelden Weerterbergen – Weert

En dat is volgens het WNF goed te zien als de heide als het ware ‘vergrast’. De open plekken en andere planten worden overwoekerd door snel groeiende grassen die van stikstof houden.

Gevaarlijk voor mens én natuur: alles wat je moet weten over stikstof
Daardoor dat vergrassen verdwijnt de diversiteit en dat werkt ook weer door op dieren en insecten. Het WNF: “Omdat de voedselplanten voor vlinders en andere insecten schaarser worden, dunt die populatie uit. En dat heeft ook weer effect op insectenetende dieren zoals vogels, want ook die zijn hun voedselvoorraad slinken.”

Zorgen om landbouw
Ook in agrarisch gebied gaat het niet goed met verschillende diersoorten, schetst WNF. Door intensieve landbouw, verdroging van de grond, en het gebruik van bestrijdingsmiddelen hebben de dieren steeds meer moeite om daar te kunnen overleven. Van alle vogels die op het boerenland leven, maken ze zich het meeste zorgen om de veldleeuwerik, de patrijs en de kemphaan. Ook vlinders doen het slecht in agrarische gebieden met weinig variatie in de begroeiing. “De meeste soorten, waaronder de argusvlinder en het geelsprietdikkopje, komen alleen nog voor op bermen en akkerranden.”

In Nederweert zorgt fijnstof intussen voor een beroerde luchtkwaliteit
Nederweert is een negatieve uitschieter wat betreft fijnstofuitstoot. “Daar is veel veehouderij in een relatief klein gebied”, legt de RIVM-woordvoerder uit. “En er is veel uitstoot op lage hoogte. Als fijnstof via een schoorsteen wordt uitgestoten, merk je daar op lage hoogte minder van.” De gemiddelde waarde in Nederweert, 21,4 µg/m3, overschrijdt de advieswaarde (20 µg/m3) van de wereldgezondheidsorganisatie WHO. De wettelijke grenswaarde van 40 µg/m3 komt nog niet in het geding. Daarnaast mag niet meer dan 35 keer per jaar een etmaalgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 overschreden worden. Dat wil op specifieke dagen nog wel eens voorkomen in de omgeving van veehouderijen, geeft het RIVM aan.

Cranendonck
Ook in Cranendonck is de blootstelling 1,8% boven de norm. De Raad van State heeft onlangs het bestemmingsplan Duurzaam Industriepark Cranendonck (DIC) in Budel-Dorplein vernietigd. De RvS is tot het besluit gekomen omdat de gemeente voor het bestemmingsplan gebruik heeft gemaakt van de “Programmatische Aanpak Stikstof” (PAS), een regeling die door een uitspraak van de RvS uit mei geen rechtskracht meer heeft. Volgens de Raad voldoet de PAS niet aan Europese regels. DIC (en daarbinnen ook Metalot), op en rond het terrein van Nyrstar, ligt midden tussen enkele kwetsbare natuurgebieden. Juist daar is de impact van stikstofuitstoot groot.

Steeds minder bloemen en vogels in agrarisch gebied
Dat de flora en fauna van het agrarisch gebied in Nederland sterk veranderd zijn in de afgelopen eeuw, blijkt ook uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag publiceert. Dit zijn de belangrijkste conclusies uit hun rapport:

De verspreiding van de kenmerkende Nederlandse akkerflora, (zoals korenbloem en bleke klaproos) is sinds 1900 afgenomen met 35 procent. De verspreiding van graslandvlinders is met ruim 80 procent afgenomen. Populaties boerenlandvogels (weidevogels, akkervogels, erf- en struweelvogels) is na 1900 flink afgenomen. Twintig van de 27 soorten zijn in aantal verminderd. Slechts enkele soorten, waaronder de putter, komen tegenwoordig vaker voor.

Herstel is mogelijk
Toch zijn er ook lichtpuntjes: de Nederlandse bossen doen het niet slechter dan voorheen. Volgens het WNF worden de bestaande bossen steeds gevarieerder, wat voor veel diersoorten goed is. Ook zagen ze dat dieren ook in de bossen last hadden van te hoge stikstofconcentraties, maar dat de natuur zich wel goed herstelde op het moment dat de stikstofneerslag afnam. De boomklever, bosuil en de glanskop (een vogel) leefden het meest op. Ook de hazelmuispopulatie nam toe door gerichte maatregelen, maar de soort is nog steeds bedreigd.

Insectvriendelijk
Slingerend grasmaaien en delen van struiken en bloemen laten staan: dat klinkt vreemd, maar het wordt steeds meer gedaan en blijkt goed te zijn voor de biodiversiteit.