‘Negatieve businesscase’ voor grensoverschrijdende treinverbinding Hamont-Weert

Treinstation Hamont

HAMONT – Een grensoverschrijdende treinverbinding tussen het Limburgse Hamont en Weert, in Nederland, heeft een potentieel van duizend reizigers per dag, beide richtingen samengeteld. Maar de uitbating van die lijn door de Belgische spoorwegmaatschappij NMBS ‘heeft een negatieve businesscase’. Dat heeft de Belgische minister van Mobiliteit Georges Gilkinet (Ecolo) woensdag gezegd in de Kamercommissie Mobiliteit.

Over de verlenging van de verbinding Mol-Hamont tot in Nederland wordt al jaren gesproken. Begin 2019 stuurde de bevoegde Nederlandse staatssecretaris een brief naar België, met de vraag dat de NMBS die lijn zou uitbaten. Daarop startte de spoorwegmaatschappij een haalbaarheidsonderzoek op om de technische mogelijkheden te bekijken, welk materieel er nodig is en hoeveel personeel, en welke inkomsten de verbinding zou kunnen opleveren.

De resultaten ervan werden een tiental dagen geleden naar minister Gilkinet gestuurd, zo zei hij tijdens een actualiteitsdebat in de Kamercommissie Mobiliteit. Daaruit blijkt dat de verbinding technisch haalbaar is, al zijn er infrastructuurwerken nodig in Nederland. Het reizigerspotentieel wordt geschat op 1.000 per dag. Maar ‘de businesscase voor de uitbating van de verbinding door de NMBS is negatief’, aldus Gilkinet.

De minister zal de resultaten van de studie overmaken aan Nederland, om ze samen te leggen met hun onderzoeken. Gilkinet stelt voor om de bestaande Belgisch-Nederlandse stuurgroep over grensoverschrijdend verkeer samen te roepen over de kwestie.

Voor het Belgische CD&V-Kamerlid Jef Van den Bergh vormen 1.000 reizigers per dag ‘een duidelijk potentieel, wat een betekenisvolle meerwaarde kan betekenen voor de grensregio Nederlands en Vlaams Limburg’. Volgens hem hangt de businesscase af van veel factoren, zoals een eventuele elektrificatie van de lijn en de vraag of er een exploitatietoelage kan worden toegekend. ‘Allemaal elementen die nog onzeker zijn vandaag, en die een doorslaggevende impact hebben op de businesscase’, stelt de CD&V’er. ‘We verwelkomen dan ook de potentieelstudie, die het potentieel aangeeft, en waarmee nu in overleg moet worden getreden worden met Nederland.’