Hoe ziet Weert eruit over tien jaar?

Drie tafelgasten kijken in de glazen bol

V.l.n.r.: Voorzitter van MKB-Limburg Monique Princen, wethouder Martijn van den Heuvel, Stefan van den Brink, CEO van Lister Buildings en hoofdredacteur Wesley Hegge van Het Zakenblad. Fotografie: Irene van Wel

Aan het begin van dit nieuwe decennium blikken we vooruit op de komende tien jaar. Waar moet op ingezet worden? Wethouder Martijn van den Heuvel, ondernemer en voorzitter van MKB-Limburg Monique Princen en Stefan van den Brink, CEO van Lister Buildings geven hun toekomstvisie: internationale werknemers die wonen in een duurzame houten woonwijk in Weert.

Door Wesley Hegge

De deelnemers namen vrijdag 17 januari plaats aan de spreektafel, tijdens de netwerkmeeting in de Paterskerk in Weert. De monumentale kerk uit 1461 heeft de tand destijds doorstaan. Er wordt niet alleen al meer dan 550 jaar gebeden, tegenwoordig doet de kerk ook dienst als evenementenlocatie. Dat had geen pater eeuwen geleden kunnen bevroeden.

Stand van Weert
Eeuwen vooruitkijken is dan ook onmogelijk, zelfs een jaar is lastig. Ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op en niemand heeft een glazen bol. “Er kan veel veranderen in een paar jaar tijd”, zegt wethouder Martijn van den Heuvel (Economische Zaken) van de gemeente Weert.

Anders dan bijvoorbeeld vijf jaar geleden gaat het anno 2020 financieel een stuk beter. Van den Heuvel: “Er is sprake van een stijging van verkoop van gronden, er is meer groei in de wijken en we hebben onze 50.000e inwoner mogen verwelkomen. Nieuwbouwwijken blijven groeien, er ontstaat meer werkgelegenheid en grote investeerders tonen interesse in Weert vanwege de ligging en de ontwikkeling van bedrijventerreinen.”

Lister Buildings is daar een voorbeeld van. Het bedrijf investeert 50 miljoen euro om op bedrijventerrein De Kempen jaarlijks duizend duurzame houten woningen te gaan produceren. “We staan aan de vooravond van een materiaal- en energietransitie”, zegt CEO Stefan van den Brink. “De komende tien jaar zullen steeds meer woningen van hout gebouwd worden. Hout is het meest duurzame, circulaire bouwmateriaal dat beschikbaar is.”

Duurzaam bouwen
Als het over de toekomst gaat, lijkt bouwen in hout juist terug te gaan in de tijd. Hoewel het eeuwenlang de standaard was, kreeg het de afgelopen tweehonderd jaar een slechte naam. Hout vergde veel onderhoud, was brandgevaarlijk en gehorig.

Van den Brink: “Hout is een sterk materiaal. Neem het houten tongewelf van deze kerk. Dat gaat ook al eeuwen mee. Dankzij een innovatieve manier van houtbewerking en verbeterde houtverbinding, het zogeheten cross laminated timber (kruislaaghout), heeft hout tegenwoordig een draagkracht die zich kan meten met beton.”

Het grote voordeel van hout ten opzichte van beton en staal is dat het zorgt voor minder uitstoot van CO2 en stikstof. “Beton en staal moeten gefabriceerd worden. Daar is energie voor nodig. Bovendien is het niet geschikt voor hergebruik. Hout is dat wel. Het groeit op zonne-energie en neemt ook nog eens CO2 op. Doordat de woningen voor een groot deel in de productiehal gemaakt worden, zijn er minder bewegingen naar de bouwplaats. De uitstoot op de bouwplaats is daardoor gering waardoor er ook een bijdrage geleverd wordt in het omlaag brengen van de stikstofuitstoot.”

Internationale werknemers
Met deze ontwikkeling wordt invulling gegeven aan de Weerter ambitie van een circulaire economie. Daarbij wordt er volop werkgelegenheid gecreëerd. Wanneer het bedrijf op volle toeren draait, zijn er tweehonderd medewerkers nodig. Monique Princen, voorzitter van MKB-Limburg, spreekt veel met ondernemers over de arbeidsmarkt.

Vooral nu de vergrijzing hard toetreedt, lijkt er voorlopig geen einde te komen aan de krapte op de arbeidsmarkt. Princen: “De komende jaren loopt in Limburg het personeelstekort op tot tienduizend arbeidskrachten. Dit lukt niet alleen met Limburgse werknemers. Werknemers uit het buitenland zijn een onmisbare schakel geworden. Het is een belangrijke groep die zich thuis moet voelen in Limburg. We moeten dus een klimaat scheppen waarbij ze zich welkom voelen.”

Het interview voor dit artikel vond plaats voor de uitbraak van het coronavirus in Nederland. Het kan zijn dat bepaalde passages niet aansluiten bij de actuele ontwikkelingen.