De Raad van Elf en de Rogstaekersclub doen er alles aan om bij het Weerter carnaval regelmatig vernieuwingen en aanpassingen van het programma door te voeren en er een echt volksfeest van te maken. Vermeldenswaardig is in dit verband dat het Katholiek Vrouwengilde in een vergadering het thema Heeft de vrouw een taak bij carnaval? op de agenda zet. De ook als carnavalist bekende Maastrichtenaar mr. H. Disch houdt de dames voor dat dit zo is. Tijdens die bijeenkomst komt ook de Raad van Elf opdagen en even later Lei en Driek, die het carnavalsliedje 1952 enkele keren voorzingen, waarna het overduidelijk is dat de vrouwen zeker een taak hebben met vastelaovendj: volop meedoen!

Maar eerst terug naar het begin van alle festiviteiten dit jaar. Maandag 7 januari 1952 wordt in Hotel de Engel voor het eerst een liedjesavond georganiseerd. Jan Rooymans (terug van weggeweest), Lei de Borgie en Harrie van den Broek zijn van de partij. Als trio zingen zij samen met orkest De Zilvermeeuwen onder leiding van Wiel Manders enkele keren de zes ingezonden liedjes voor. Het publiek kiest Laotj mer kaome wi-j ut keumptj van Harrie van den Broek als vastelaovendj-lidje 1952, volgens de krant het zevende van zijn hand. Trouwens ook het wel-bekende Gao-je met nao ’t Boorebal komt uit zijn koker, overigens geen vastelaoveundj-lidje. Jan Rooymans geeft even later spontaan aan dat hij – onder de artiestennaam Jean de sa Mère- weer meedoet met de Bonte Avonden. Groot applaus. In een nog net niet helemaal gerenoveerde Apollozaal vinden de totaal uitverkochte Bonte Avonden plaats op de geplande zaterdag 26 en zondag 27 januari en… nog een dag meer. Het fameuze duo Lei en Driek maakt er, aangevuld met Jean de sa Mère, een dolle kolderboel van. De bekende typetjes als de Boemelpresident en Pier de Zeuker krijgen gezelschap van het Duitse dienstmeisje Frieda, een verbluffend komische creatie van Jean de sa Mère. Natuurlijk heeft Leike weer een travestie-act en er worden – ook door de zaal – heel veel Weerter carnavalsliedjes ‘uit de oude doos’ gezongen. In samenhang met een collecte voor de opbouw van de nieuwe kerktoren wordt ook een door Frits Weerts gemaakt, toepasselijk liedje ten gehore gebracht.

Woeë de Wieërter toeëre
hoeëg de locht in gieët
Woeë toch altieëd nog oëes aojers huuske stieët

Dao been ich geboeëre
dao veul ich mich thoeës
Doe zeej jae geboeëre
dao veuld- jae uch thoees

De slotscène is als altijd het voorstellen van de nieuwe Prins. Het wordt een echt spektakelstuk. Lei en Driek loodsen met de nodige capriolen een grote lucht-ballon het toneel op met aan boord Mathieu Gijsen. Getooid met muts en mantel is hij even later Prins Tjeu d’n ieërste (Math I) 1952. Hij brengt geen devies mee. Op zondagmiddag is er een speciale voorstelling voor de kinderen, de wichtermiddig. Een uitgelaten volle zaal geniet van Lei, Driek en Jean de sa Mère, die hun grappen en grollen in wat aangepaste vorm ten beste geven. Veel success is er voor de poppenkastspeler Retlaw. Deze naam van rechts naar links gespeld brengt ons bij Walter met als achternaam Gruythuysen. Overigens niet te verwarren met zijn naamgenoot, de bekende Weerter industrieel ‘Waltje’ Gruythuysen. Op het Boerenbal wordt het boerenbruidspaar gevormd door Philie Giezen en Harrie Linnartz. Het Prinsenbal is zoals altijd weer het galabal, de introductie tot de drie dwaze dagen. De AVRO en de Regionale Omroep Zuid maken daar trouwens (geluids-)opnamen van. Een bijzonder geslaagd initiatief is de expositie Rogstaekersvastelaevundj 1897 – 1952 bij Hotel Lenders. De attributen voor dit druk bezocht evenement worden bijeen gebracht door Pierre Linssen, Dorus Rooymans en Harrie van den Broek.

Over de inhuldiging van de Prins op het stadhuis valt niet veel meer te vermelden dan dat deze wat meer bravoure en allure had mogen krijgen. De optocht vindt weer op zondagmiddag plaats, want het experiment van vorig jaar is geslaagd. Deze trekt heel veel publiek, ook van elders. De kwaliteit is prima. Opvallende creaties erin vormen de wagens Het Station, de Prinsenwagen en de wagens van de Jantjes, het piratenschip en de indianenwagen. En niet te vergeten de zitting van De Rijdende Rechter. Allemaal vallen ze in de prijzen. Maar ook wagens als de Zeppelin (Boshoven), de Blauwe Wagen en de Pieëpeclub krijgen, althans van de krant, een eervolle vermelding. Bij de groepen vallen in positieve zin de Pierrots en Pierrettes van de St. Paulusstraat op, evenals de Kannibalen, Jan van Weert (circus) en het Roeëd Hermenieke (clowns).

De kinderoptocht op maandag-middag wordt weer een vrolijke, kleurige stoet, waarin duizenden (!) jonge carnavalvierders met hun spontaan gehos en gespring hun rol beter spelen dan de volwassenen in ‘hun’ optocht. Er mag, volgens de krant, wat meer eenheid in de vorm van -groepen en/of thema’s komen. Maar de hoeveelste wichteroptocht is dit pas?

De Raad van Elf luidt op 11-11-1952 het carnavalsjaar 1953 in met een excursie naar de Wertha Brouwerij, gevolgd door een jolige zitting om de plannen voor het komend jaar nader te bekijken. Drie markante Rogstaekers worden bij hun afscheid van v.v. De Rogstaekers in het zonnetje gezet: Toon Tullemans als redacteur van vastelaovendjgezèt De Rogstèker, Pierre Linssen als archivaris en Harrie van den Broek als ceremoniemeester. Tjeu Meewis wordt Harries opvolger. Voordat de Rogstaekers hun vertrouwde programma over Weert uitstrooien gaan ze samen met de andere Limburgse carnavalsverenigingen naar het 10×11-jarig jubileum van Jocus in Venlo. Van te voren flink ‘opgewarmd’ trekt Weert naar de Bonte Avonden. Op de eerste daarvan wordt burgemeester Van Grunsven door Vorst Zjang benoemd tot Opper-Opper-Rogstaeker. Verguld met zoveel eer belooft de gedecoceerde de nodige steun aan de Weerter vastelaovendj te zullen geven. Tijdens de Bonte Avonden, onder leiding van Pierre Grein, draait het groten-deels om Lei de Borgie; geen Driek van den Broek en geen Jean de sa Mère. Niettemin is het dolle pret bij een uitzinnig publiek. Datzelfde publiek vermaakt zich ook uitstekend met verschillende balletten onder leiding van Els Stultiens, opgevoerd door de dames van gymnastiekvereniging Jan van Weert. Kieektj waat un maegdje – Kieektj waat un bein blijkt de carnavalsschlager van 1953, opnieuw een geestes-product van Harrie van den Broek. Louis Jacobs springt uit een grote bier-ton als Preens Louis I. Zijn devies: Laeve de Rog, viva oeës Wieërt. Tijdens de boerenbruiloft op het Boeren-bal worden Truus Kuppens en Jan Coppen in de onecht (zo noemen wij dat tegenwoordig) verbonden. Louis I is daar uiteraard bij en – zo blijkt kort daarna – daarmee is voor-als-nog zijn rol als Prins uitgespeeld.

Want in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 overkomt Nederland een verschrikkelijke ramp. Door een ongekend hevige stormvloed breken in Zeeland de dijken door. Vele honderden mensen verdrinken en vele huizen komen – soms helemaal – onder water te staan. Uiteraard bestaat er nergens animo voor welke festiviteit dan ook. Vanzelfsprekend is er dus geen carnaval meer dat jaar bij de Rogstaekers. Grote nationale acties als ‘deuren open, dijken dicht’ komen op gang. Ook Weert doet daaraan mee. Maar het leven gaat verder en dus komen later dat jaar in onze stad de carnavalsactiviteiten weer op gang.

Na de gebruikelijke opening met een zitting op 11-11-1953 komt er een wat andersoortige Bonte Avond op de planken. Een mix van Hollandse liedjes en overvalste Weerter knawwel. Driek van den Broek, gelukkig weer present, Lei de Borgie en Jo van der Velden zijn de steunpilaren van de Weerter carnavalscultuur met hun geestige sketches. Het orkest The Skymasters met zang van Karel van der Velden en Annie Plevier toont duidelijk waarom het zo’n grote landelijke reputatie heeft. Hun tegenhanger, de Boore Hermeni-j onder leiding van Kerneel Kampers, blijkt echter veel meer succes te hebben. De amateurs winnen het dus van de profs. De doorsnee burger en de kranten zijn unaniem in hun oordeel: voorlopig geen ‘Hollandse’ Bonte Avond meer. Wel dient vermeld te worden dat deze Hollandse Bonte Avond in zijn geheel door de AVRO wordt uitgezonden en derhalve zijn publicitaire waarde heeft. De ‘zuivere’ Rogstaekers Bonte Avonden in de Apollozaal zijn zoals gewoonlijk weer meer dan uitverkocht. Jo van der Velden heeft de algehele leiding en de vaste cast heeft succes als nooit tevoren. Louis Jacobs, Prins Louis I van 1953, wordt gepresenteerd als Prins Louis I van 1954. Na Pierre Joosten de tweede Rogstaekersprins die herkozen wordt. Op het Boerenbal draait de boerenbruiloft om het onechtelijk paar Willemien Bijnen en Theo van Lierop. Uiteraard klinkt daar ook Gaef os nog un glaeske beer als het vastelaovendj-lidje 1954. Voor het eerst is er een Vorstenbal, heel chique, met als dresscode ‘avondkledij’. Daar ondergaat Vorst Zjang, totaal verrast, een grote huldiging in verband met zijn zilveren jubileum als Vorst van de Rogstaekers. Lei de Borgie, zo melden de media, wordt op zaterdag 20 februari in Amersfoort geïnstalleerd als Prins Lei I van de Limburgse Vereniging Limburgia in Amersfoort. Frans Weekers, een van de Adjudanten, leest bij de installatie van Louis I de proclamatie voor en Pierre Jaspers, voorzitter van Buurtschap Langstraat, biedt Prins Louis en zijn gasten de erewijn aan. Op de aansluitende de receptie in Hotel Jan van Weert worden Pierre Geenen en Jan Coenen, bestuursleden van Hockeyvereniging Weert (H.V.W.), onderscheiden vanwege hun verdiensten voor de Weerter carnaval.

Onder barre weersomstandigheden trekt op carnavalszondag de optocht door Weert. Bij de wagens gaat de eerste prijs voor de wagens voor de ‘tigste’ keer naar de Oelemarkt met Carnaval. Buurtschap Maaspoort scoort met Carnavalsmonster de tweede en Buurtschap Beekstraat met De Harem de derde plaats. Filmmaatschappij Polygoon maakt filmopnamen van de optocht tijdens de voorbereiding en op de dag zelf. Het Weerter carnaval staat nu echt op de kaart!

Prins
Louis I Jacobs

Adjudanten
Frans Weekers
Cor Nouwen
Sjors Paquay
Frans Holten
Willy van Vlijmen
Jan Driessens sr.

Jeugdprins
Jan I Vaessen

Liedje ’53: Kiektj waat ‘n maegdje
Weem weurtj d’rn neet doeer aangestoeeke, hupfaldera.
De gekke tieed ès aangebroeeke, hupfaldera.
Vae danse en vae spreenge van je hupfaldera.
Met zoee’n echte Wieerter bloom.
Kiektj us gouw, waat un vrouw, dao gaon ich met op sjouw.

Refrein:
Kiektj waat u maegtje, kiekt waat un lein,
kiektj waat u maegtje, kiektj waat un bein.
lch haoj van dich, geluif ’t mich,
dich best mien poppedein,
Kiektj waat u maegtje, ich been zoee allein.

Liedje ’54: Gaef os nog un glaeske beer
De Carnval es unne schoeene tieed
Doeer joonk en aod bemintj
Van laol hieet neemus geine spieet
Dao zeen vae aan gewindj

Vae trekke dan hieel bli-j van zin
De cafekus oet en in
Jao alles es dan op de bein
En zeenge dit refrein:

Refrein:
Gaef os nog ei glaeske beer
Waat hebbe vae toch dorst
Heej unne vae toch dorst
Heej unne Pils en dao unne DAB
Want det es gooie kost
Dri-j daag laat nao bed tôw gaon
En ’s mergus neet vreug op te staon
Det kumptj val al det beer
En van Carnavalsplezeer.

Deej dri-j daag waere· heej doeergebrachtj
Met laol, meziek en dans
In Wieert weurtj altied völ gelachtj
En eederein hieet heej sjans
De Prins dae luiptj al twiee jaor roond
En hieet nog niks gedaon
Völ röst vur hem es oongezoond
Hae zieet dan auch ‘laotj um mer gaon’.

Boerenbruidspaar 1953
Truus Kuppens
Jan Coppen

Boerenbruidspaar 1954
Willemien Bijnen
Theo van Lierop