Werk op hoog niveau aan Clerninxorgel in Nederweert

NEDERWEERT – Op 1 oktober is van Rossum Orgelbouw geassisteerd door Bouwbedrijf van Heur gestart met de verplaatsing van de grote, 8,40 mtr. hoge kas van het hoofdwerk in de Sint Lambertuskerk van Nederweert. De loodzware kas is in totaal 80 cm. naar voren geplaatst. Het orgel nu weer op dezelfde plaats waar hij oorspronkelijk door Clerinx in 1849 is neergezet.

Jan “Arnold” Clerinx (Sint-Truiden, 3 augustus 1816 – aldaar, 15 november 1898) was een Belgische orgelbouwer. Hij is vooral bekend omwille van het door hem in 1847 gepatenteerde systeem waardoor de luchttoevoer gelijkmatiger verloopt zodat registers naar keuze op meerdere manualen kunnen gebruikt worden. Een aantal van de door Clerinx gebouwde orgels zijn beschermd als monument.

Clerinx volgde een aanvankelijk een opleiding als uurwerkmaker maar ging daarna in de leer bij orgelbouwer Pieter-Adam Van Dinter. Tussen 1843 en 1887 bouwde hij ruim 100 orgels, voornamelijk voor kerken in het bisdom Luik. Clerinx had een werkplaats in het stadscentrum van Sint-Truiden. In zijn beste periode, tussen 1847 en 1867, had hij er tot 20 mensen in dienst. Nadat hij omstreeks 1887 gestopt was met het bouwen van orgels hield Clerinx zich tot aan zijn dood nog bezig met het herstellen van klokken en uurwerken.

Herstel Clerninxorgel in Nederweert
De werkzaamheden vinden vaak letterlijk plaats op grote hoogte, het gewelf bevindt zich op 15.00 meter en het beeld van Koning David geflankeerd door twee puti’s met trompet staat op 14.50 mtr. boven de kerkvloer. Het werk werd met grote precisie tot op de millimeter uitgevoerd omdat e.e.a. zeer nauw komt bij de latere montage van de tractuur, windlades en pijpwerk. Van de gelegenheid werd gebruik gemaakt om meteen een nieuwe grenen vloer te leggen boven op de bestaande vloer, dit is in goed overleg uitgevoerd met aannemersbedrijf van Heur.

De windlades van zowel hoofdwerk als rugwerk, die in mei werden gedemonteerd, zijn inmiddels helemaal schoongemaakt, opnieuw verlijmd en van nieuwe leren pakkingen voorzien en liggen voor montage klaar in de werkplaats. Het hele pijpwerk is nagezien en het al gerestaureerde rugwerk staat speelklaar opgesteld in de werkplaats. Komende weken wordt de nu verplaatste hoofkas nog verder bijgewerkt, op onderdelen gerepareerd, bijgekleurd en in de was gezet. Vanwege deze schoonmaakbeurt zal hij waarschijnlijk iets lichter van kleur worden.

Goed zichtbaar is nu de grote nis-opening in de toren, hierin worden straks vier windbalgen geplaatst, die evenals vroeger óók met trappers getreden kunnen worden.

Bij normaal bedrijf zal de windvoorziening komen van de bestaande elektrische windmachine die in de nieuwe situatie zal worden opgesteld op de zolder van de torenkamer. Volgens insiders geeft het gebruik van z.g. “getreden wind” een rustiger en stabieler geluid omdat een windmachine wervelingen veroorzaakt in de windvoorziening naar de pijpen. Hierdoor wordt de klankkleur beïnvloed.

In de nis, waar nu de 4 balgen komen, zijn in 1955 tijdens de grote naoorlogse renovatie de pijpen van de pedaalregisters opgesteld, dit heeft er altijd al voor gezorgd dat het geluid hiervan niet optimaal was. Tot overmaat van ramp werd de hoofdkas toen ook nog eens 80 cm. achteruit geplaatst wat nog eens remmend werkte op het uittredende geluid van de pedaalpijpen en tevens voor schimmelvorming zorgde  aan de achterzijde vanwege de slechte ventilatie. Het pijpwerk van de pedaalregisters komt nu weer helemaal vrij achter de grote orgelkas te liggen.

Op 31 oktober brengt een delegatie van Parochiebestuur-Orgelkring en Heemkunde een bezoek aan de werkplaats van van Rossum in Wijk en Aalburg. Hierbij kunnen de, tot dan toe verrichte, werkzaamheden worden bekeken. Verder zien en horen we hoe het bestaande pijpwerk is gereviseerd en hoe een aantal nieuwe pijpen volgens “Clerinx-factuur” zijn bijgemaakt.

In mei 2020 zal het orgel definitief worden opgeleverd en een aantal gerenommeerde organisten zullen het dan  weer in volle glorie klinken.

De totale restauratiekosten bedragen een kleine € 280.000,00, hiervan is inmiddels met subsidies en acties € 243.000,00 opgehaald, het tekort bedraagt per 1 oktober 2019 nog ongeveer  € 37.000,00.

Het is nog steeds mogelijk een of meerdere van de orgelpijpen te adopteren voor € 15,00 per stuk terwijl voor grotere bedragen specifieke onderdelen zoals hele registers van 56 pijpen, windlades, klavieren etc. met grotere bedragen gesponsord kunnen worden.

Voor het adopteren van een of meer orgelpijpen liggen achter in kerk formulieren en kan men ook op de website ( https://www.kerknederweert.nl/restauratie-orgel/ ) een formulier invullen en verzenden. De adoptie bijdrage kan worden gestort op rekeningnummer NL80 RABO 0135507227 t.n.v.  Sint-Lambertus parochie Nederweert o.v.v.  “Orgel”. Op de hiervoor vermelde wedsite kunt u verder ook alles lezen over het monumentale Clerinxorgel en de noodzaak van de restauratie.