Keyport: landelijk probleem dat vraagt om een regionale aanpak

Fotografie: Mandy Martens

Werkgevers leggen complete afdelingen plat omdat ze de mensen niet hebben. De hoogste tijd om actie te ondernemen. Hoe trek je de juiste medewerkers aan? Keyport organiseerde een thematafel voor ondernemers, onderwijsinstellingen en overheid. Bedrijven willen de regionale carrièremogelijkheden inzichtelijk maken door een gezamenlijke positionering.

Door Wesley Hegge

De thematafel werd georganiseerd bij Promic in Nederweert. Een snelgroeiende groothandelaar in mobiele presentatie-systemen (van 13 medewerkers in 2013 naar 60 nu) waar de krapte op de arbeidsmarkt duidelijk voelbaar is. “We hebben 10 vacatures openstaan”, zegt Jim Oud (Promic). “Vanwege de internationale markt waarin we actief zijn, zoeken we onder meer mensen die vreemde talen spreken.”

Vraag in kaart brengen
“Onze producten zijn bevestigingsmaterialen en geen presentatiesystemen, maar dat maakt niet uit. We zitten in een vergelijkbare omgeving als Promic. De mensen zouden bij beide bedrijven kunnen werken”, zegt Joep van Gool (Stafa). Dat brengt de werkgevers tot een mogelijke oplossing: het oprichten van een platform met als doel om een helder beeld te geven naar welke competenties de bedrijven in Midden-Limburg naar op zoek zijn. behoefte hebben. Ralph Deguelle (Kabisa) voegt toe: “Een platform waar het aanbod duidelijk wordt, waar potentiële medewerkers kunnen zien waar bedrijven naar op zoek zijn. Bij veel mkb-bedrijven in de regio zijn specialistische functies nodig. We moeten ons open durven stellen.” Ton Hagelstein (Keyport) schetst de veranderende arbeidsmarkt in cijfers: “In de regio staan 3500 vacatures open. Dat aantal loopt dit jaar nog verder op. Tegelijkertijd neemt de werkeloosheid verder af.

Daarnaast zal de potentiële beroepsbevolking in de komende jaren krimpen, hetgeen de spanning op de arbeidsmarkt (verder) vergroot. Ook de samenstelling van de bevolking zal tot 2030 drastisch wijzigen als gevolg van ontgroening en vergrijzing. Op dit moment zijn 57.000 mensen van de beroepsbevolking ouder dan 45 jaar. Met de leerlingen die in de komende jaren gaan afstuderen, lossen we de vervangingsvraag en uitbreidingsvraag niet meer op.” We moeten samen (ondernemers-onderwijs-overheid) aan oplossingen werken om dit arbeidsmarktvraagstuk het hoofd te kunnen bieden.

Dat bevestigt Tjeu van de Laar (Gilde Opleidingen): “Het aantal leerlingen loopt de komende jaren met duizenden achteruit. Je krijgt te maken met andere leeftijdsgroepen. Daar komt bij dat de mbo’ers vaker in de regio blijven werken na de opleiding, maar dat hbo’ers wegtrekken.”

Yvonne Paulussen (Vekoma) maakt de vijver groter door buiten de grenzen te kijken. “We merken dat Belgische medewerkers bereid zijn om naar Nederland te komen. Maar gaan nog verder. We hebben mensen uit Spanje en Portugal aan het werk. In onze vestiging in Vlodrop is het percentage buitenlandse werknemers nu dertig procent. Een bijkomend voordeel is dat we mensen met andere culturen binnenhalen. Dat heeft meerwaarde, juist omdat we achtbanen over de hele wereld maken.”

Wel merken de ondernemers dat de grenzen belemmeringen opwerpen. De wet- en regelgeving is verschillend van land tot land. Het kost ondernemers individueel veel tijd en moeite om dat uit te zoeken. Ze stellen dat het zou goed zou zijn om daar gezamenlijk in op te trekken, zodat het gemakkelijker wordt om buitenlandse werknemers aan te kunnen trekken.

Mismatch tackelen
Een terugkerend thema binnen de arbeidsmarktproblematiek is de mismatch. Zo’n 8500 mensen zijn ingeschreven voor een uitkering. Een deel hiervan is steeds moeilijker plaatsbaar. Vraag en aanbod lopen ver uit elkaar. Door automatisering en andere ontwikkelingen wordt de mismatch alleen maar groter. Bij Nunhems wordt daarom op een andere manier gekeken naar het invullen van vacatures. “Ik kijk naar competenties, niet naar opleidingen”, zegt Ad Braat (Nunhems). “Want die sluiten niet goed aan. Mensen in de kaartenbak van het UWV en statushouders die affiniteit hebben met planten en zich verstaanbaar kunnen maken, zijn welkom om te solliciteren. Dat kan ook iemand zijn met een zorg-achtergrond.”

Nunhems werkt samen met drie andere zaadbedrijven. Om ten eerste gezamenlijk de sector te promoten, maar ook om samen op te leiden. Braat: “De persoon die de opleiding volgt, kiest uiteindelijk zelf bij welk bedrijf hij of zij gaat werken.” De werkgevers zijn het erover eens dat ze niet alleen buiten de landsgrenzen moeten kijken, maar ook het arbeidspotentieel in de regio moeten benutten. Juist daar ligt een grote uitdaging. Mensen die geen uitkering meer ontvangen, verdwijnen van de radar. Het is nu moeilijk voor bedrijven om die mensen in beeld te krijgen.

Regio profileren
Om medewerkers te vinden, moet je vooral ook laten zien wat je doet. Veel meer dan nu het geval is. Een platform is daarvoor een middel. Maar alleen een website is ontoereikend. Open dagen zijn noodzakelijk om mensen kennis te laten maken met de bedrijven. Dat zou gezamenlijk aangepakt kunnen worden door bijvoorbeeld met verschillende bedrijven tegelijkertijd een open dag te organiseren.

Wethouder Robert Martens van de gemeente Leudal is van mening dat de regio zich moet profileren ten opzichte van andere regio’s. “Iedereen kent bedrijven als ASML en Philips, maar kijk eens wat we zelf aan potentie hebben. Kijk alleen maar eens naar de ondernemers die hier aan tafel zitten. Daar komt bij dat je hier aangenaam en betaalbaar kunt wonen in een landelijke omgeving met alle stedelijke voorzieningen. In een stad als Eindhoven is dat minder betaalbaar.”

Alle partijen zien kansen in meer samenwerking als het gaat om de positionering naar buiten toe. Voor Keyport heeft naast het versterken van ondernemerschap en het stimuleren van innovatie de arbeidsmarkt hoge prioriteit. Hagelstein: “We moeten verbindingen gaan leggen. Het is goed om te horen wat er door ondernemers zelf al gedaan wordt. Dat is een heleboel, ze gaan op voortvarende en creatieve manieren te werk. Door de krachten te bundelen en het onderwijs en overheid aan te laten sluiten, kunnen we regionale oplossingen bieden.”