Elke week deelt een Weertenaar zijn of haar favoriete gerecht.
De gerechten van zestig Weertenaren zijn door Buitengewoon Tafelen gebundeld in een glossy kookboek dat in 2014 verscheen ter gelegenheid van ‘Weert 600 jaar stad’. Eet smakelijk!

Hoofdgerecht


Gerecht voor 4 personen


1 uur bereidingstijd


Recept van Jeffreye Vossen

Ingrediënten

Harira soep

  • 2 middelgrote uien, gesnipperd
  • 2 stengels selderij, gesneden
  • scheutje olijfolie
  • 1 theelepel kaneelpoeder
  • ½ theelepel gemberpoeder
  • ½ theelepel komijnpoeder
  • 1 theelepel gewoon paprikapoeder
  • 1 theelepel kurkuma
  • 4 tomaten, in stukjes
  • 150 gram groene of bruine linzen, gewassen
  • 300 ml koud water
  • 400 gram gekookte kikkererwten
  • 60 gram vermicelli
  • 1 eetlepel bloem
  • 1 eetlepel citroensap
  • ½ eetlepel tomatenpuree
  • handvol gehakte verse koriander en peterselie

Harissa

  • 250 gram verse rode pepers
  • 1 eetlepel karwijzaad
  • 1 eetlepel komijnzaad
  • 1 eetlepel korianderzaad
  • 1 bolle theelepel gerookte paprikapoeder
  • 4-5 tenen gepelde knoflook
  • 1 eetlepel tomatenpuree
  • 1 theelepel zout
  • sap van ½ citroen
  • scheut goede olijfolie

Bereiding

Harissa
Verwijder de steeltjes van de pepers en de zaadlijsten met zaadjes. Rooster de specerijen een paar minuten in een droge koekenpan, maar laat ze niet aanbranden.

Doe pepers, specerijen, knoflook, tomatenpuree, zout en citroensap in een blender en pureer glad. Druppel er dan olijfolie bij om te binden. Voeg naar smaak eventueel zout toe.

Harira soep
Fruit de ui en selderij in olijfolie en voeg vervolgens de specerijen toe. Voeg eveneens de tomaat en de linzen toe. Giet er het water bij, breng aan de kook en voeg kikkererwten en vermicelli toe. Laat alles 30 minuten sudderen tot de linzen gaar zijn.

Meng bloem, citroensap en tomatenpuree in een kom en schep er een lepel kokende soep bij. Meng goed en giet het geheel in een pan om te binden en roer. Bestrooi royaal met verse kruiden en serveer met extra partjes citroen.

De harira soep kan op smaak gebracht worden door er harissa door te doen.

Even voorstellen

Naam Jeffreye Vossen Beroep Lid Centrale Directie LVO-Maastricht Geboren Op 5 februari 1970 te Weert Woont In Weert Ouders Harry Vossen en Leen Vossen-Houben Vader van Kuuëb Studie Master Educational Management  Was Vakkenvuller Is Vegetariër en Nieuwsjunk Houdt van Alle dieren Kan Heel goed spieken In de broodtrommel Boterhammen met pindakaas Heeft ontdekt Dat Leraren ook maar mensen zijn In het rijk der muggen is Jefrreye Vossen koning

Als je spiekt
moet je zo transparant mogelijk zijn

Favoriete gerecht “Dit gerecht staat in het kookboek Veggiestan van Sally Butcher. Het is een absolute must voor elke vegetariër. Alleen jammer dat de achternaam van de auteur niet vegetarisch is.”

Vlees noch vis “Echte mannen eten geen vlees en geen vis. Helaas woon ik samen met twee carnivoren, die maar niet willen toetreden tot mijn geloof. Ik heb namelijk respect voor alle dieren. Als ik ’s nachts een mug hoor, dan probeer ik zijn leven te redden. Ik probeer hem eerst te lokaliseren, zet vervolgens het raam open en taxi de mug naar de juiste vliegroute. Pas dan kan ik met een gerust hart gaan slapen.”

Geen dag zonder soep “Er gaat geen dag voorbij zonder soep. Ik ben een enorme liefhebber van soep. Al is het buiten dertig graden, ik zal en moet soep hebben.”

Beauty tip  “Ik heb alle jaargangen vanaf 1978 van het stripblad ‘Eppo’. Dat stripblad houdt mij jong. Als ik de ‘Eppo’ lees kom ik in een hele andere wereld terecht.”

Humor tip “De stripverhalen van ‘Olivier Blunder’ van Greg zijn meesterlijk goed. Je wordt continu op het verkeerde been gezet. Binnen drie plaatjes zit je opeens op een volledig ander spoor.”

Heimelijk genoegen “Ik lees graag de strips ‘Esther Verkest’ van Kim Duchateau. Dit is een stripbabe met ballen. Het doorbreken van taboes is voor haar kinderspel.”

Hoe vaak ben je er uit gestuurd? “Ik was vroeger ook leerling op het College. Ik ben er onder andere bij Wiskunde door Barry van de Ham uitgestuurd, omdat ik deed niks deed. Bij Frans werd ik er door Harrie van Rooijen uitgestuurd, omdat ik daar te veel deed en bij Lichamelijke Opvoeding stuurde Jan Meertens eruit. Ik was in die tijd niet echt atletisch. Nu, als directeur van het College, heb ik ontdekt dat het hele leuke collega’s zijn.”

Waar kan ik je ’s nachts voor wakker maken “Je mag mij ’s nachts wakker maken voor een citroenijsje in Rome. Dat ijsje eet ik dan op bij de Trevifontein. Ik sta dan met mijn rug naar de fontein, sluit mijn ogen en gooi met mijn rechterhand over mijn linkerschouder een muntje in het water, in de hoop dat ik vaker naar Rome terug zal keren. Ik ben namelijk gek op echt Italiaans citroenijs.”

Spieken is gezond “Ik heb vroeger verschrikkelijk veel gespiekt. Spieken is pedagogisch  best verantwoord. Als je een spiekbriefje maakt, weet je al wat je hebt opgeschreven. Dat onthoud je en maakt het spieken eigenlijk overbodig. In mijn lessen mochten de leerlingen altijd spieken. Ze moesten er alleen voor zorgen dat ik het niet zag.”

Spiektruc uit de oude doos “Als je spiekt, moet je zo transparant mogelijk zijn. Je moet dus geen kleine spiekbriefjes maken, want die vallen op. Zorg er op voorhand voor, dat je een paar proefwerkbladen in je tas hebt zitten. Op zo’n proefwerkblad maak je de spiekbrief. Gedurende het proefwerk, pak je die spiekbrief uit je tas en leg je die bij je andere proefwerkbladen. Dit is een proefondervindelijk succesvolle tip.”

De beste leerlingen “Het College moet nieuwsgierige eigenwijze ikjes afleveren. Dat zijn vaak heel irritante leerlingen die vragen stellen, nieuwsgierig een discussie aangaan, niets vanzelfsprekend nemen en sociale wezens zijn. Essentieel is dat leerlingen een kritische houding hebben.”

Luisterend oor “Op onze school zitten ook leerlingen die sociale problemen hebben. Vaak zijn die problemen gerelateerd aan de thuissituatie. Van groot tot heel klein. Kinderen kunnen hierdoor tussen wal en schip raken, bijvoorbeeld als ze te maken hebben met een zogenaamde vechtscheiding. Ik vind het belangrijk dat zo’n leerling met zijn zorgen bij iemand op school terecht kan. Dat kan een conciërge zijn, een mentor of een docent. Het gaat mij er om, dat wij een luisterend oor bieden en dat de leerling zich veilig voelt bij ons op school. Als school willen wij namelijk voor iedereen een veilige haven zijn.”