23 augustus 1571: Blasfemie

Model voor een ovale voet met rand, bestemd voor een chrismatorium
Kunstwerkplaats Esser GMW 12827

De getuigenis van vijf personen op 23 augustus 1571 geeft een nieuwe kijk op de kroniek van Maria Luyten. In die kroniek wordt verteld dat de beeldenstormers in 1566 hun schoenen met heilige olie insmeerden die normaal in ampullen werd bewaard en alleen werd gebruikt bij het toedienen van het doopsel, het vormsel en de laatste sacramenten. Er is dus sprake van een blasfemische daad. Dit intrigerend verhaal komt tot dusver nergens in de literatuur over de beeldenstorm in Weert voor.
De volgende getuigenis speelt duidelijk in op dit gerucht.

Heer Sijmon Hillen (46 jr.) heefft getuijcht op sijn priesterschap dat hij die silveren bussen daer den heijligen Olie in was nae der versteeningen offt destructie van de kercken in sijnen handen heefft gehadt ende oick kinderen gedoopt als een dienaer van he[e]r Tomassen Spranckhuijsen, der tijt pastoer tot Weert zijnde.
Tuijcht Hein van Houter als custer der kercken tot Weert, alt ontrent 70 jaeren, dat hij met Heer Sijmon Hillen die bussen metten heijligen Olie met alle anderen oer[n?]amenten  in Bruegels  huijs gedraegen heefft als kerckmeijster der tijt zijnde met alle anderen  alle or[n?]namenten om dat (= opdat) Bruegel bewaren solde als kerckmr. ende bij dit getuijch blijfft heer Sijmon Hillen.
Tuijcht heer [Jan] Sottens), ontrent 70 jaeren, heer Dierick van Loeken), alt ontrent 55 jaeren,und heer Sijmon Hillen voers. dat hon wel kenlick ende bewost is dat sij naeden tijt die silveren bussen metten heijligen Olie vuijt Broegels handen ontfangen hebben ende gesien dat daer aff noch toegedaen en is geweest (!!) dan wijderom ontfangen als sij hem voormals in bewaring gegeven sijn gewest nae haeren besten verstande.
Tuijcht Heer Sijmon Hillen noch soe veel meer dat hij gesien heefft, naedemal dat hij die voors. bussen lestmael in sijnen handen gehadt heefft, oick geweest sijn voer als nae.

Het lijkt duidelijk dat de getuigenissen in eerste instantie bedoeld zijn om Bruegel Ververs, die van deze daad wordt verdacht,  van alle verdenkingen te ontlasten. Deze zit lange tijd op het kasteel gevangen. De drijvende kracht achter de kettervervolging is niet bisschop Lindanus, maar de commandant van het Spaanse garnizoen Don Guarcia Suarez. Lindanus heeft zeker in het begin een meer pastorale benadering van het probleem gehad.
Dat deze Heilige Olie vóór en na de beeldenstorm dezelfde zou zijn, is mogelijk, maar onwaarschijnlijk en ontkracht het verhaal van Maria Luyten niet per se.
Wat wel overeind blijft, is, dat het voor en na om dezelfde ampullen (ook schenkkannen genoemd) gaat.

Lees het volledige verhaal met toelichting  23 augustus 1571 Getuigenis over een blasfemische daad.