Eigenzinnige Weerter curator maakt bliksemcarrière in Berlijn

‘Ik kan niet tegen mensen die mij vertellen hoe iets moet’

Krist Gruijthuijsen
De voorpagina van het Zakenblad wordt opgesierd door Krist Gruijthuijsen.

Krist Gruijthuijsen is pas 36 jaar en zwaait nu al de scepter over één van ’s werelds meest spraakmakende centra van hedendaagse kunst. De tegendraadse curator uit Weert werd vorig jaar aangesteld als directeur van het gerenommeerde Kunst-Werke in Berlijn. Een persoonlijk gesprek over torenhoge ambities.

Door Wesley Hegge

In de diepe tuin achter zijn ouderlijk huis zit Krist samen met zijn vader en
moeder te genieten. Het is een zonovergoten zaterdagmiddag. Daar hoort
natuurlijk een flesje wijn bij. Op de mobieltjes die ze vasthouden, staan hun
agenda’s geopend. “We waren net een datum aan het prikken”, verontschuldigt Krist direct, om vervolgens de hand te schudden. Hij is niet afkomstig uit een kunstzinnig gezin. Vader Jacques Gruijthuijsen is ondernemer en staat ver af van de kunstwereld. Ook zijn moeder Marlie Gruijthuijsen-Tonnaer en twee broers zijn nooit actief geweest in de sector.
“De creativiteit komt van mijn moeders kant”, zegt hij. “Mijn tante Désirée Tonnaer is beeldhouwer en woonachtig in Maastricht en opa ontwierp machines voor de bakkersindustrie.”

Door zijn drukke baan als directeur van Kunst-Werke (KW) Institute for Contemporary Art in Berlijn zijn reisjes naar Weert spaarzaam. Gezellige familiebijeenkomsten dienen nauwgezet gepland te worden. Dat heeft overigens niets te maken met zijn huidige betrekking. Krist woont en werkt al meer dan tien jaar in het buitenland; van Istanboel tot Antwerpen en van New York tot Stockholm. In zijn huidige woonplaats, het culturele hart van Europa, voelt hij zich als kunstliefhebber opperbest. Aanleiding voor een uitgebreid gesprek vormt de droomcarrière die hij doormaakt. Hoewel Krist het afdoet als ‘slechts een van de vele lijstjes’, heeft het toonaangevende online platform Artsy hem op de lijst van twintig meest invloedrijke jonge curatoren van Europa geplaatst. Dat is toch niet zomaar iets? Dan geniet je aanzien.

Villa Karelke
Villa Karelke op de achtergrond. De ouders van Krist wonen in ‘Villa Karelke’ op de Biest. Het woonhuis met twee koetshuizen werd in 1909 gebouwd met invloeden van Art Nouveau. De opdrachtgever was (Bolle) Jan Hendriks, succesvolle handelaar in veevoer. De architect was Herman Smeets. Op het achtererf bevinden zich twee voormalige koetshuisjes, die deden oorspronkelijk dienst als paardenstal en remise. Het pand heeft een grote kelder
met troggewelven die is ingedeeld in een
aantal ruimten, waar zich onder andere de
keuken en een wijnkelder bevonden. Hierdoor kan gesproken worden van een souterrainverdieping waardoor het pand enigszins is opgetild. Het huis is een rijksmonument en van belang vanwege de architectonische gaafheid van het exterieur en interieur. Het geheel is van belang vanwege de architectuurhistorische,
bouwtechnische en typologische zeldzaamheid.

Om in alle rust het interview af te nemen, verplaatsen we op zijn verzoek naar de woonkamer. Het huis aan de rand van het centrum dateert uit 1909 en is een rijksmonument. Op de voorgevel prijkt een hardstenen plaat met in goud de naam van het pand: ‘‘VILLA KARELKE’’. Net als in de rest van bouwstijl komen in deze naamplaat Art Nouveau-motieven terug.

Visie op kunst
Zoals de Art Nouveau-kunstenaars zich eind negentiende eeuw met vernieuwend werk afzetten tegen de toenmalige kunststromingen, is Krist Gruijthuijsen een curator die tegendraads is en ‘nieuwe kunst’ hoog in vaandel heeft staan. “Voor mij is het belangrijk dat ik als curator van KW iets toevoeg aan het oeuvre van een kunstenaar. Dat ik een bijdrage lever aan de zichtbaarheid van deze persoon. Dus kies ik vaak voor nog niet ontdekte, of net ontdekte kunstenaars. Dat mix ik met obscuriteit. Daarbij is timing essentieel. Want ik programmeer twee jaar vooruit. Steeds vraag ik vraag me af: ben ik over twee jaar te laat, net op tijd, of te vroeg? Te vroeg is trouwens altijd goed, vind ik.” Deze visie op kunst is ook terug te zien in het programma van KW. “Dat programma is voor de Berlijnse mensen echt wennen. Maar ik doe het in eerste instantie voor de kunstenaars. Dat is doelgroep één. Zij moeten geïnspireerd raken. Dat trekt een hele grote groep met zich mee.”

KW is geen museum. Het gerenommeerde kunstcentrum is onderdeel van een aantal kunstinstellingen dat zich begin jaren negentig ontwikkelde in reactie op het politieke klimaat om daarmee de urgentie van kunst te onderstrepen. De kritische houding van KW, waarbij maatschappelijke vraagstukken aan de kaak gesteld werden, heeft geleid tot vooruitstrevende tentoonstellingen en projecten. KW trekt jaarlijks 60.000 bezoekers en heeft een totale oppervlakte van meer dan vijfduizend vierkante meter. Krist volgde juli vorig jaar vertrekkend directeur Gabriele Horn op. Op de vraag of het directeurschap van KW een droom is die uitkomt, antwoordt hij met een lach: “Ik ben redelijk jong voor deze baan en mijn doelstelling is me voor een langere tijd aan deze instelling te binden.” Over de volgende stap is hij glashelder: “Ik wil museumdirecteur worden, maar daar zit wel een leeftijdseis en een immense hoeveelheid ervaring aan vast. Grote stedelijke musea kiezen voor die functie niet snel voor mensen van mijn leeftijd.”

Krist Gruijthuijsen
NAAM Krist Gruijthuijsen BEROEP Directeur Kunst-Werke (KW)
Institute for Contemporary Art in Berlijn GEBOREN OP 18 november 1980 in Weert
WOONT IN Berlijn HEEFT EEN RELATIE MET Frank Gutteling LEVENSMOTTO Blijf jezelf, wat
dat ‘zelf’ ook zijn kan.

Persoonlijk
Om zijn bliksemcarrière te verklaren, duikt hij terug in de tijd. Naar de tijd dat hij zakte voor zijn havo-opleiding. “Daarna ben ik naar het volwassenonderwijs in Roermond gegaan om certificaten te behalen. Vanaf mijn elfde jaar, had ik een passie voor acteren en ik wilde naar de Kleinkunstacademie in Amsterdam. Toen ik zakte voor mijn havo, raadde mijn moeder me aan om een vak als kunst er bij te nemen. Ik was altijd al creatief op het gebied van toneel, maar was nog niet met kunst bezig. Ik volgde het advies van mijn moeder en zodoende kwam ik op het volwassenonderwijs voor het eerst met kunst in aanraking.” Aan het onderwijs in Roermond heeft hij fijne herinneringen. Daar werd hij niet behandeld als een student, maar als gelijke. “De middelbare school werkte niet voor mij. Ik kan er niet goed tegen dat mensen mij precies vertellen hoe ik iets moet doen. Ik heb nogal problemen met hiërarchieën. Dat had ik als kind en nu nog steeds.”

De manier van werken bij KW was dan ook erg wennen. “In Duitsland is het niet alleen hiërarchisch, maar bovendien bureaucratisch. Tegen de medewerkers van KW zeg ik: je bent eigen baas. Je hoeft me niet precies te vertellen wanneer je naar binnen en buiten loopt. Iedereen heeft bepaalde verantwoordelijkheden en als je die uitvoert, zit het goed.” Na het indienen van zijn portfolio – die hij in drie maanden tijd produceerde – werd hij aangenomen op de Kunstacademie in Maastricht. Krist raadt het elk mens aan om minimaal een jaar naar de Kunstacademie te gaan. “Je gaat op een totaal andere manier naar de wereld kijken. Dat heeft me veel opgeleverd. Je realiseert je bijvoorbeeld dat elk object waar je naar kijkt of mee bezig bent, ook een andere functie kan hebben dan die het representeert. Die kijk op de wereld was een openbaring voor mij.”

Spanningsboog
Als student aan de Kunstacademie organiseerde Krist in 2001 een manifestatie in Weert. “Ik liet door de hele stad zeecontainers plaatsen. Daar zaten installaties in. Op de Kunstacademie vonden ze dat maar vreemd. Want waarom zou je tentoonstellingen organiseren als kunstenaar? Toen dacht ik: waarom is dat vreemd, zo’n manifestatie kan toch ook kunst zijn?” Vanaf dat moment is hij de spanningsboog tussen het kunstenaar- en curatorschap gaan opzoeken. Deze spanningsboog staat nog altijd centraal in zijn carrière. Een opleiding aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten (Hisk) in Antwerpen vormde de springplank naar de kunstwereld. Krist kreeg alle grote curatoren in de wereld op studiebezoek. Halverwege die opleiding begon hij ook een curatorenopleiding in Stockholm. Daarbovenop werd hij door het Mondriaan Fonds (het publieke stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultuur erfgoed) uitgenodigd om in Istanboel te komen werken. “Ik stond met één voet in Stockholm, met één voet in Antwerpen en één voet in Istanboel. Dat klinkt hysterisch, maar die combinatie werkte heel goed voor mij. Ik houd ervan om veel dingen tegelijk te doen.”

‘Ik heb nogal problemen met hiërarchieën. Dat had ik als kind en nu nog steeds.’

Krist maakte naam in de kunstwereld in de tijd dat hij als freelancer werkte. “Ik heb bewust tien jaar lang onafhankelijk gewerkt. Ik was niet verbonden aan instellingen. Als freelancer heb ik over de hele wereld tentoonstellingen georganiseerd. Ik heb grote projecten opgezet en altijd de focus op het buitenland gehad. Ik spreek meer Engels dan Nederlands.” Voordat hij gevraagd werd om te solliciteren – zo gaat dat in de kunstwereld – bij KW, was hij vier jaar artistiek leider van de Grazer Kunstverein en course director bij het Sandberg Instituut in Amsterdam. Tevens is hij medeoprichter van de Kunstverein Amsterdam.

Anti-Berlijns
Krist heeft een duidelijk beeld van hoe KW zich moet gaan ontwikkelen. “Wat bijvoorbeeld nieuw is, is dat er permanent gidsen aanwezig zijn. Als je bij de kassa bent, wordt er direct gevraagd of je interesse hebt in een rondleiding. De reden daarvan is dat men door middel van conversatie op een andere manier de kunst kan beleven. We zijn een instelling die zich concentreert op vooruitstrevende hedendaagse kunst en dat kan door het publiek als moeilijk worden ervaren.”

Omdat het KW in een oud pand gehuisvest is, zijn er voortdurend renovaties nodig. “Het is drie maanden dicht geweest om een nieuwe entree te bouwen. Ik vind het belangrijk om naar de geschiedenis en architectuur van het gebouw te kijken. Het allerbelangrijkste is dat bezoekers op een positieve manier uitgedaagd worden. Dat je ook verwelkomd wordt. Wat dat betreft ben ik anti-Berlijns. Ik vind het namelijk niet interessant om onbeleefd te zijn. Ik wil juist een gastheer zijn.”