Het opwarmen voor het carnavalsgebeuren start met berichtgeving over de komende Bonte Avond in de Apollozaal aan de Beekstraat. Er verschijnt een wervend artikel in Het Kanton Weert dat superlatieven tekort komt om een van de coryfeeën, Sjofs Gofers (de Weerter Buziau) in het zonnetje te zetten. Maar er is nog meer te zien, onder meer veel dansacts. En, voor wat hoort wat, leden van de Orde van de Rog wordt een flinke korting op de toegangsprijs in het vooruitzicht gesteld. Zoals gebruikelijk krijgt het publiek drie liedjes voorgeschoteld om daaruit het carnavalsliedje 1938 te kiezen. De vraag of er een optocht komt hoeft nauwelijks meer te worden gesteld: uiteraard! Binnenkort wordt daartoe voor verenigingen, buurtschappen etc. een vergadering belegd. Dat de geboorte van kroonprinses Beatrix op 31 januari een grote maatschappelijke impact heeft, blijkt uit het feit dat Weert twee dagen uitbundig feest viert en… dat de Bonte Avonden worden verzet. Van 31 januari en 1 febru­ari naar 8 en 9 februari. Zelfs komt er, zo blijkt later, nog een derde achteraan vanwege de grote belangstelling. Maar, stelt de Raad van Elf (zonder + 2 voortaan), dan is het ook wel genoeg geweest. Het ook dit jaar uitgeven van car­na­valskrant De Rogstèker hoort bij de – zij het nog jonge – traditie. Intussen worden neringdoenden en particulieren gepord om financieel bij te dragen aan de organisatie.

Bij de nabeschouwing van de Bonte Avonden krijgt met name Dorus Rooymans veel lof voor de door hem ontworpen decors en zijn artis­tieke leiding. Die lof ontving hij tijdens de Bonte Avond ook al van Jean – Zjang – Vaessen, voorziter van de Raad van Elf en (dus) Vorst van de Rogstaekers. Dorus wordt geridderd tot Opper­maarschalk in den Orde van de Rog en Louis Baeten, schrijver van het carnavalslied 1937, krijgt een­zelfde eer. Er worden vele dans­nummers gebracht. Fien Verdonschot is hierin de centrale figuur; niet alleen als soliste, maar vooral ook als drijvende kracht. Het onbetwist hoogtepunt is de buik­spreker, een creatie van – wie anders – Sjors Gofers. Bijna unaniem kiest het publiek het lied met als motto Rogstèkers van Jo van der Velden (of is het Jan Kollee?) als carnavals­liedje 1938.

Zoals zo vaak krijgt ook deze driedaagse manifestatie van carnavalslol het predicaat ‘de beste ooit’. Al met al zijn er in Weert de afgelopen tijd nogal wat festiviteiten geweest die flink in de financiële middelen van de Raad van Elf hakten. Dus de optocht mag niet te duur worden. Gekozen wordt voor het motto Intrede van het garnizoen, met als achterliggende gedachte dat dit uitgebeeld zou kunnen worden met groepen in plaats van met kostbare praalwagens. Het gekozen motto heeft alles te maken met de komst van de Van Horne Kazerne en inherent daaraan de geboorte van Weert als garnizoensstad. Opnieuw is er aandacht voor De Orde van de Rog, want die dient de nodige geldmiddelen te genereren. Iedereen lid van De Orde van de Rog is de slogan…. Wishful thinking waarschijnlijk. Op de ‘slotvergadering over den optocht’ op 25 februari in Hotel Du Commerce (wat klinkt dat vertrouwd…) wordt Jan Rooymans gepresenteerd als Prins Carnaval 1938. Op carnavalszondag tegen twaalf uur wordt Prins Jan I, zoals hij zich noemt, glorieus ingehaald in Sociëteit Amicitia. Zijn prinselijke garde is onder meer samengesteld uit deelnemers aan de Bonte Avonden, ‘een groepje dat zoo scheen weggelopen uit een bonte speelgoed-doos’. Even later trekt het hele gezelschap naar het woonhuis van de ‘uitverkorene’ van de Prins: Wies Vaessen. Zij vertoont zich als Prinses Loek in een schitterende jurk. Het moet wel wat bijzonders zijn geweest, want volgens de krant hebben de twee hofdames alle moeite om de prinsessesleep in bedwang te houden. Het paar maakt door een uitbundig publiek heen een rondtocht door de Weerter straten. Op maandag is er een Maskeradestoet, dus geen optocht als in 1937. Conform de wens van de Raad van Elf is het een wat sober gebeuren. Niettemin heerst er een echte carnavalssfeer met een schitterende Prinsen(paar)wagen en veel muziek. Hengelclub St. Petrus heeft een heuse keukenwagen ingericht waar echte snert wordt bereid. Nadat de Prins daarvan heeft geproefd, doet iedereen zich eraan tegoed. Voetbalclub Wilhelmina ’08 heeft een creatie van de ‘onbereden brigade’ (het schijnt spectaculair te zijn geweest maar de clou wordt ons onthouden). Na deze optocht gaat het Prinselijk Paar, met garde en Raad van Elf, nog verscheidene horecagelegenheden af en wordt door het paar aan het hele gezel­schap een diner aangeboden in Hotel Germania. Tot slot vindt er een grootprinselijk bal plaats in Apollo, waar heel Weert op af komt en waar er geen verschil in rang te merken is…. In meer dan één opzicht is het dus een geslaagde vastelaovendj.

Prins
Jan I Rooymans

Prinses
Loek Vaessen

Liedje: Rogstèkers
Vastelaovendj de glaaze vóI
Vae danse sprenge en vae hebbe laol
Vae maake herrie um ut mieeste
Doa es gein plaats di-j zoee kan fieeste
Vastelaovendj dan gaon vae oet
Want oes aller leuze blieefti
Wieert vuuroet!

Vorig artikel1937 – Wieërter Stadsvastelaovendj
Volgend artikel1939 – Wieërter Stadsvastelaovendj